Zorgen om achterhaald onderwijssysteem, niet om mijn zonen
door Mandy | 6 september 2011
Als moeder van twee, en weldra drie zonen moet ik me zorgen maken. Jongens doen het op school een stuk minder goed dan meisjes. Dat blijkt uit allerlei onderzoeken, zoals dat van het Sociaal en Cultureel Planbureau uit 2008. Daarin staat dat zowel in het voortgezet onderwijs als in het mbo jongens vaker uitvallen dan meisjes. De kans op uitval zou bij jongens een kwart groter zijn.
De oorzaak voor het verschil in schoolprestaties tussen jongens en meisjes zou ‘m zitten in de hersenontwikkeling. ‘Een jongen loopt gemiddeld 1,5 jaar achter op zijn taalontwikkeling ten opzichte van een meisje’, vertelde Louis Tavecchio, emeritus hoogleraar pedagogiek, onlangs in de Volkskrant, en drukte me daarmee nog maar eens met mijn neus op de feiten.
Aanleiding voor dat artikel en alle andere media-aandacht voor het verschil in ontwikkeling tussen de seksen, was een pleidooi van de christelijke schoolbesturen voor gescheiden lessen voor jongens en meisjes. ‘Meisjes zijn meestal beter in taal. Als jongens zich in dat vak alsmaar met meisjes vergelijken, kan dat heel ontmoedigend zijn,’ aldus voorzitter Wim Kuiper van die Besturenraad in Trouw.
Hoewel ik uiteraard het beste voor mijn zonen wil, en natuurlijk voorstander ben van een goed schoolklimaat en dito –systeem dat ervoor zorgt dat zij de prestaties kunnen behalen die binnen hun mogelijkheden liggen, geloof ik niet dat gescheiden lessen daarin thuishoren. Behalve sekse hebben ook leefmilieu, etniciteit en het opleidingsniveau van de ouders invloed op de prestaties van kinderen. Waarom zou je ze dan juist op grond van sekse van elkaar scheiden?
Een paar maanden geleden bracht ik op verzoek van het magazine Slow Management een bezoek aan de vernieuwende basisschool Wittering.nl in Rosmalen. De school is een alternatief voor de eenheidsworstenfabriek die het traditionele onderwijs volgens sommigen is. Er zijn geen klaslokalen, en de leerlingen zijn dan ook niet verdeeld in groepen met één leerkracht aan het hoofd die met de methode in de hand alle kinderen als één homogene groep hetzelfde dient bij te brengen.
Op Wittering.nl (de toevoeging .nl verwijst naar de rol van moderne communicatiemiddelen op de school) stellen kinderen hun eigen dagprogramma samen en werken aan kernconcepten zoals macht, energie en communicatie. Hoewel vernieuwend onderwijs bij sommigen negatieve associaties oproept sinds het mislukken van de Iederwijsscholen, lijkt het erop dat de bedenkers van Wittering.nl een nieuw onderwijssysteem hebben gevonden waar kinderen al het goede uit zichzelf halen en met plezier naartoe gaan.
In feite is Wittering.nl een verregaande uitwerking van het idee van differentiëring waarvoor op veel scholen gelukkig steeds meer aandacht is. Wat voor een buitenstaander nog een homogene groep lijkt, bestaat op aardig wat scholen in werkelijkheid vaak uit subgroepjes, gebaseerd op de individuele leerverschillen van kinderen en stoornissen als ADHD en dyslexie die invloed hebben op hun leerprestaties. Maar die individuele leerbehoeften en aangepaste lesprogramma’s worden op de meeste scholen nog steeds in dat keurslijf van het klassikale onderwijs gegoten.
Wittering-directeur Ton van Rijn zegt daarover: ‘Het klassikale systeem is aan het einde van zijn Latijn. (…) Voor een leerkracht met een groep van bijna dertig leerlingen, met onder meer ADHD’ers, nieuwetijdskinderen en autisten, is dat niet te behappen.’ En dus is het op de meeste scholen voor kinderen vooral een kwestie van aanpassen.
Misschien lijken gescheiden lessen op grond van sekse een aardig idee omdat het inspeelt op het moderne breindenken. In feite is het dus vooral een stap terug in de tijd. Omdat het uitgaat van klassikale lessen aan een homogene groep (een jongens- en meisjesgroep) voor wie één manier van onderwijs de beste is. Toch staat de minister welwillend tegenover gescheiden lessen voor jongens en meisjes. Haar woordvoerder in de Volkskrant: ‘Als kinderen daardoor beter presteren, is de minister een voorstander.’
Het is naar mijn idee echter vooral het politieke klimaat waardoor de minister liever vasthoudt aan de traditionele manier van onderwijzen, terwijl ze misschien beter in onderwijsvernieuwingen zoals die op Wittering.nl kan investeren. Zoals orthopedagoog en professor Luc Stevens in mijn reportage zegt: ‘Door het parlementaire onderzoek van de commissie Dijsselbloem naar veranderingen in het voortgezet onderwijs, is elke vorm van vernieuwing teruggezet. (…) Sindsdien is de sfeer in de Tweede Kamer grimmig (…) en moet het onderwijs ‘terug naar de basis’. Terwijl we weten dat het anders kan.’
Over de leerprestaties van mijn zonen maak ik mij natuurlijk niet zo veel zorgen als volgens de Besturenraad wellicht nodig is. Hun sekse is, zoals gezegd, slechts één van de factoren die het succes van hun schoolcarrière bepalen en is niet half zo bepalend als al die factoren samen. Mij baart het veel meer zorgen dat het Nederlandse onderwijssysteem op de meeste scholen nog steeds zo is vormgegeven als honderd jaar geleden. Waar niet het kind maar de methode en de leerkracht centraal staan. Terwijl de maatschappij er inmiddels heel anders uitziet en er ook voor kinderen een heleboel is veranderd.
Lees: Waarom hebben we deze school nooit eerder bedacht? (Slow Management, zomer 2011)
Rubrieken: Onderwijs | 5 Reacties »
Voor mij geen derde! (Of toch wel?)
door Mandy | 30 augustus 2011
Of ik er al uit ben, vraagt een collega van moeder tot moeder op een borrel. Ik kijk haar niet begrijpend aan. Of ik een derde wil. Zelf is ze er nog niet uit. Die tweestrijd – wel, niet, wel, niet – die herken ik toch zeker wel?
Misschien is het niet alleen de vraag, maar (vooral) ook de alcohol (gretig tot me genomen), waardoor ik geen ander antwoord heb dan een harde lach. Een derde? Weer de nodige lichamelijke kreukels (de details bespaar ik je) van een bevalling voor lief nemen? Me opnieuw overgeven aan de luierjaren (luier als in Pampers, niks geen geluier), waarin een kind zonder mij of zijn vader niks kan beginnen?
Waarom zou ik mezelf een derde aandoen? Mijn jongste staat op het punt naar de basisschool te gaan. Eindelijk lijk ik toe te komen aan die stapel ongelezen boeken. En aan de ambities die ik de afgelopen vijf jaar, sinds de geboorte van zoon nummer 1, heb geparkeerd.
En toch, tóch overkomt het ook mij, dat verlangen. Dat verlangen naar nog één keer met een dikke buik te paraderen. Maar vooral naar, meer is het niet, nóg een kind. Hoe grondig mijn hekel aan het moeten bijstellen van ambities (ik vind het de moeilijkste kant van het moederschap), ik kan aan nog maar één ding denken. Vooral als ik naar mijn jongens kijk. Dan denk ik alleen maar: doe mij er nog zo één. Nog zo’n leukerd.
Wel, niet, wel, niet: nu snap ik het, de worsteling, en ik kom er niet uit. Ik schrijf er een artikel over voor Ouders van Nu. Interview moeders, een psycholoog. En wat zelden gebeurt, gebeurt met dat artikel. De redactie en ik hebben een ander idee over de invulling ervan en ik krijg het stuk terug met het verzoek het te herschrijven. Als ik het een paar dagen laat liggen, begrijp ik het commentaar wel en wil aan de slag. Maar dan gaat niet meer.
Letters dansen op het scherm van mijn laptop. Ik verkeer in oorlog met voeding. Eten maakt me misselijk en niet eten maakt me nog veel beroerder. Een maand zeg ik alle deadlines af. Een maand hang ik in bed of op bank en word getrakteerd op een depressie. Een prenatale. Ja, ik ben zwanger. Ontzettend in verwachting. Van de derde.
Deze maand is de Ouders van Nu verschenen met daarin het artikel ‘Ja, ik wil een derde… toch?’, geschreven door collega Maartje Fleur. Zij worstelt met dezelfde vraag die mij begin dit jaar bezighield. Wel of geen derde? Maartje nam het verhaal van me over, omdat we inmiddels over de deadline heen waren en het blad anders met een gat kwam te zitten. Ze maakte er een lekker leesbaar en herkenbaar verhaal van. Dat niet mijn naam eronder kwam te staan, maar die van een ander, ik geef toe, was toch even slikken.
Maar hé, ik ben uit dat bed en van die bank gekomen, heb alle kwalen achter me gelaten en weer heel wat deadlines weggestreept. De mooiste staat gepland voor begin volgend jaar. Dan werp ik weer zo’n leukerd. Tot die tijd werk ik me door die stapel ongelezen boeken en parkeer niet één ambitieus plan. Nou ja, die ambitie heb ik dan.
Rubrieken: Freelancen, Ouderschap, Persoonlijk, Zwangerschap | 5 Reacties »
Eigenlijk heb ik maar 1 tip (specialiseer!), maar je krijgt er lekker 5
door Mandy | 27 juni 2011
Soms kloppen collega’s bij me aan voor advies. Hoe ze een artikelidee aan de man brengen of hoe ze onderhandelingen aanpakken.
Of eigenlijk: hoe ze als freelancer genoeg werk binnenhalen om de hypotheek te kunnen betalen. Hoe ik dat doe. En eigenlijk heb ik dan maar 1 tip.
Specialiseer!
Een specialisatie maakt alles mooi overzichtelijk. Zoals de titels waar het zin heeft artikelvoorstellen te doen (alleen bij die bladen en sites die dezelfde specialisatie hebben of die regelmatig aandacht besteden aan onderwerpen die jij covert). Of welke vakbladen en nieuwsbrieven je bij moet houden om op de hoogte te zijn van trends en ontwikkelingen. Maar ook welke collega’s interessant zijn om te volgen en hoe je jezelf profileert.
Ook het bedenken van goede verhaalideeën kost ineens minder moeite. Doordat je je beperkt tot jouw aandachtsgebied (in mijn geval opvoeding, ouderschap en onderwijs), weet je al snel wat er speelt en bij wie je terechtkunt voor een goed verhaal.
Nu ik erover nadenk, bij deze tip (specialiseer jezelf) horen er eigenlijk nog 4. En vooruit, die krijg je erbij.
Volgende stap: Trek je plan
Zodra je weet wat je specialisatie is: maak een plan voor de korte en lange termijn. Wat ga je nu doen? Waar wil je over pak ‘m beet 5 jaar zijn? Maak een overzicht van de media waarvoor je wilt gaan werken. Wie benader je eerst en wat is haalbaar voor later? Wil je de meningen van anderen optekenen of heb je de ambitie om zelf opiniemaker te worden? Wat moet je doen om dat te bereiken?
Maar heb wel een beetje geduld, hè? Succes komt gedoseerd. Onlangs kon ik aan de slag voor een uitgever aan wie ik mijn diensten al twee jaar in minstens tien mails en telefoontjes had aangeboden. Ook is er een blad waar ik nog steeds niet ‘binnen’ ben, ondanks die briljante artikelideeën die ik ze de laatste drie jaar heb voorgesteld. Maakt niet uit. De sport om daar toch een keer een verhaal gepubliceerd te krijgen houdt me in vorm.
Een plan trekken betekent trouwens ook dat je moet nadenken over je tarief. Wat is een goed tarief voor jou? Moet je met je verhalen (de helft van) de hypotheek ophoesten of begin je, zoals ik vijf jaar geleden, je praktijk vanuit een deeltijdbaan, waardoor je het je kunt veroorloven om voor 16 cent per woord te schrijven en op die manier een portfolio op te bouwen? Ja, dat heb ik ook gedaan. Ondenkbaar nu, want die deeltijdbaan is er allang niet meer, die hypotheek nog wel.
O, en staar je niet blind op die woordprijs, hè? Als specialist kun je efficiënt werken. Je weet je weg te vinden, hoeft echt geen congres bij te wonen om een goed artikel te schrijven, hebt je interviewkandidaten zo bij elkaar; een goed artikel schrijven kost je steeds minder tijd. Reken de artikelprijs dan eens om naar een uurprijs, een tip die ik kreeg van collega Fréderike Geerdink. Goed hè? Precies wat je waard bent!
En natuurlijk: Ken de bladen
Specialiseren helpt je bij het bedenken van goede verhaalideeën. Maar die ideeën moeten wel passen binnen het blad waar je het aanbiedt. Er zijn tig opvoedbladen, maar er is er geen een hetzelfde. Look & feel en doelgroep zijn altijd net even anders. Lees ze (wat voor soort verhalen staan er in, wat is de tone of voice) en bedenk hoe jouw verhaal daarin past, welke draai je eraan kunt geven zodat het een typisch verhaal is voor juist dat blad. En ook daarvoor geldt: als specialist ken je ’jouw’ bladen binnen een mum van tijd en bedenk je de juiste invalshoek met steeds meer gemak.
O, en ga er vanuit dat je artikelidee binnenkomt met 1000 andere geniale voorstellen. Stel jezelf dus de vraag hoe je kunt opvallen. Bel je eerst een keer om te vertellen dat wat jij als specialist doet perfect bij het blad past en dat je wilt weten hoe je jouw idee het beste onder de aandacht kunt brengen? Hou je je mail lekker kort en bondig? Bel je je idee nog een keer na?
Kwestie van pr: Laat zien dat jij de specialist bent
Op je website, Twitter, LinkedIn, netwerkborrels en waar dan ook: presenteer jezelf als dé specialist op jouw aandachtsgebied. Da’s geen arrogantie, dat is pr. Hoe duidelijker je daarin bent, hoe eerder een handig netwerk om je heen ontstaat. Zo word ik op Twitter gevolgd door bijvoorbeeld pedagogen, leerkrachten, maar ook door heel veel jonge ouders. Ik heb er een perfecte vraagbaak aan, een bestandje interviewkandidaten en mensen die mij van nuttige informatie voorzien (tipgevers!). Laten zien dat je specialist bent doe je op Twitter onder meer door links te delen naar interessante onderzoeken, maar ook naar eigen, recent werk dat je op je website plaatst of dat elders te lezen is.
O, en laat anderen vooral bevestigen dat je specialist bent. Vraag opdrachtgevers een aanbeveling over je te schrijven op LinkedIn. Ook geen arrogantie, ook pr.
Tenslotte: Doe je eigen ding
‘Ja, opvoeding, dat lijkt me ook wel wat.’ En: ‘Zo’n dubbelportret schrijven, dat is eigenlijk ook wel wat voor mij.’ Collega’s laten het zich wel eens ontvallen, vragen contactgegevens van de redacties waarvoor ik schrijf en bouwen een soortgelijk portfolio. Maar geloof me, het geheim zit ‘m niet in míjn specialisatie, maar in het hebben van een specialisatie an sich. En dan natuurlijk eentje die bij je past. Dus zet nu niet meteen in je twitterbio dat jouw focus ook op ouderschap en opvoeding ligt, maar ga eens bij jezelf na. Op welk gebied ben jij deskundig, schieten jou de verhaalideeën spontaan te binnen en wil jij álles weten? Mode? Scheepvaart? De geestelijke gezondheidszorg? Dan weet je nu wat je te doen staat.
Zet ‘m op!
Rubrieken: Freelancen, Journalistiek | 1 Reactie »
Wie heeft er nog een label voor mama en papa?
door Mandy | 11 april 2011
Kinderen kun je labelen, maar hun ouders ook. Hier de ouderetiketten die ik tegenkwam. Suggesties zijn natuurlijk welkom!
- Bonusvader
De bonusvader is het ongevraagde cadeau dat een moeder haar kind geeft zodra ze een nieuwe partner heeft: de stiefvader. De bonusmoeder bestaat dus ook. Overigens is het stiefouderschap de ultieme bron van labeltjes, beschrijft ook stiefmoeder en collega Olga Leever in een column. Halfmama, meemoeder, hex, biomoeder: het stiefouderschap heeft een geheel eigen vocabulaire.
Een ander woord voor hyperouders: overbeschermers, betuttelaars, ouders die er – koste wat kost – bij hun kinderen uit willen halen wat erin zit. Ouders die het liefst met een bezem voor hun kinderen uit lopen om elk kiezeltje voor hun voeten weg te vegen. Ook wel helikopterouders genoemd.
- IJskastmoeder
IJskastmoeder is een geuzennaam voor moeders van kinderen met autisme. Onderzoekers in de jaren ’60 zagen in het koele omgangsgedrag van vooral de moeders van die kinderen een verklaring voor autisme. Logisch dat met zulke ijskastmoeders het kind zich terugtrok in zijn eigen wereld. Inmiddels weten we beter. ‘Kinderen met autisme beleven de wereld als woest, onstuimig en onvoorspelbaar en vragen van ouders om hun rots in de branding te zijn,’ zegt ijskastmoeder Janneke van Bockel. ‘Dáárom zijn ze zo koel Of misschien is cool een beter woord.’
- De vrouw die haar eerste kind krijgt rond haar veertigste, nog net in haar vruchtbare periode. Ook wel uitstelmoeder genoemd. Dat uitstellen kan uiteenlopende oorzaken hebben: ontbreken van een geschikte partner, gevoel van ‘nog niet klaar voor moederschap’, druk met werk, opzien tegen combinatie moederschap - werk, vruchtbaarheidsproblemen, etc. Voor het eerst zo genoemd door Brigitte Bloem in haar boek Lastminutemama’s.
- Opnieuwouder
Ouders die weer een kind krijgen zijn opnieuwouders. Deze maand verschijnt voor die vaders en moeders zelfs een ‘onmisbaar naslagwerk’. Want: ‘een volgende zwangerschap is anders dan de eerste’, aldus de uitgever.
- Ploetermoeder NIEUW!
Term komt oorspronkelijk van chicklitauteur Fiona Neill die er hoofdpersoon Lucy Sweeny uit haar Het geheime leven van een ploetermoeder mee omschreef. Ploetermoeder wordt inmiddels niet alleen voor chaotische thuisblijfmoeders als Sweeny gebruikt, maar soms ook voor (rommelige) moeders die worstelen met de combinatie van werk en gezin. Engelse vertaling: slummy mummy.
De tijgermoeder voedt op volgens de Chinese traditie, zoals de Chinees-Amerikaanse hoogleraar Amy Chua in haar boek Strijdlied van de tijgermoeder beschrijft. Perfecte schoolcijfers vindt ze veel belangrijker dan het streven naar geluk. Tijgermoeders knuffelen niet, maar drillen.
Rubrieken: Opvoeding, Ouderschap | 8 Reacties »
Hoe ik mijzelf in een identiteitscrisis schreef
door Mandy | 30 maart 2011
Toen ik zes jaar geleden over opvoeding ging schrijven, deed ik dat uit puur opportunisme. Mijn eigen misère als moeder leverde de beste verhaalideeën op (Jaloers op de baby, Waarom is Jan nou nog niet zindelijk?, Kinderen in je bed en er weer uit). En behalve geld kreeg ik er gratis opvoedadviezen voor terug.
Helemaal volgens de letter van mijn eigen werk voedde ik mijn kroost natuurlijk niet op. Gezond verstand bood in veel gevallen veel meer soelaas. Bovendien spraken opvoeddeskundigen (wat zijn er daar een hoop van!) elkaar regelmatig tegen. Lees Ouders zijn strafstoeltje beu maar eens.
Tot een dergelijke conclusie kwam ook de Leidse hoogleraar pedagogiek René van der Veer. Hij bestudeerde opvoedingsadviezen door de eeuwen heen en schreef er een boek over. Volgens hem geven deskundigen niet alleen tegenstrijdige adviezen. Ook schrijven ze te vaak dwingend één methode voor.
Vooral de tijdgeest en zeden bepalen wat men het beste voor een kind vindt. Wetenschappelijk onderzoek heeft daar nauwelijks invloed op. Borstvoeding bevordelijk voor de moederliefde? Dwaas en niet op feiten gestoeld, aldus Van der Veer.
In het interview dat ik met hem had voor de GPD-bladen zegt hij: “Men vergeet dat er met de liefde van ouders die geen borstvoeding geven niks mis is. En wat betreft de gezondheidsvoordelen: die zijn zo gering dat borstvoeding geen halszaak is.”
En zo schreef ik mezelf in een identiteitscrisis. Als je veel opvoedadviezen als dwaas kunt afdoen en de wetenschap ook geen garanties geeft, wie ben ik dan als boodschapper van al die raadgevingen?
Opdoeken van de tent is nog net niet aan de orde. Wel beraad ik me ernstig op een heel ander specialisme. Voor advies hou ik me aanbevolen. Liefst zo dwaas mogelijk.
Rubrieken: Freelancen, Opvoeding | 2 Reacties »
Ik worstel en kom nog lang niet boven
door Mandy | 9 maart 2011

Eind vorig jaar nam ik een sabbatical. Nou ja, ik gaf mezelf een maandje vrij. Ik stapte uit die altijd maar voortrazende trein van interview, tikken, deadline, interview, tikken, deadline. Elke dag ging ik over hetzelfde spoor van a naar b, en ik was het zat. Dat ik eersteklas reed maakte het alleen maar erger.
Behalve veel uitslapen, sparren met collega’s en stiekem natuurlijk ook gewoon nog even een artikel aanleveren, deed ik nóg iets. Ik kocht een kaartje voor een heel ander boemeltje. Eentje waar ik zelf de kolen in moest gooien en dat telkens een ander spoor koos. Met bloed, zweet en tranen hielp ik hem door bochten en tunnels, en over wissels en bruggen. Sindsdien wil ik er niet meer vanaf.
Jeugdproza schrijven is een worsteling. Regelmatig liggen er bladeren op de rails. En van een beetje nachtvorst bevriezen die rails al. Natuurlijk heb ik voordeel van mijn schrijfervaring. Darlings killen? Geen probleem. En feedback incasseer ik met genoegen. Mijn verhalen worden er alleen maar beter van.
Maar het is nog stoeien met het helder krijgen van wil en weerstand, het opbouwen van spanning en het voelbaar maken van emotie. Ik moet weer knokken en aan elk verhaal heb ik, net als in de begindagen van mijn journalistieke carrière, een (ja, hier komt het clichéwoord dat ik wilde vermijden) uitdaging.
Luctor et Emergo. Maar wanneer, dat weet ik nog niet.
Rubrieken: Freelancen, Jeugdproza, Journalistiek | 6 Reacties »
Over labelkinderen gesproken: mooi filmpje
door Mandy | 26 januari 2011
Rubrieken: Opvoeding | 1 Reactie »
Hip met obesitas
door Mandy | 16 januari 2011

Illustratie: Suzanne de Riet
Mijn kleuter heeft obesitas. Geconstateerd door de verpleegkundige van het consultatiebureau tijdens de laatste afspraak voor zijn vierde verjaardag. Ik nam de boodschap serieus op. Knikte en beloofde op de gewenste vervolgafspraak voor dikke kinderen te komen.
Maar in gedachten maakte ik een vreugdedansje. Voor het eerst waren we als doorsnee-gezin met twee gelukkig getrouwde ouders en twee kinderen voor wie zelfs het label ‘lekker druk’ niet geldt, niet hartstikke ‘uit’, maar eindelijk een beetje ‘in’.
Dikke kinderen halen geregeld het nieuws. Ze hebben zelfs een eigen tv-programma, en zijn dus best wel hip. Net als kinderen met het etiket van een allergie of stoornis. En nu had mijn zoon ook iets dat een naam mocht hebben. Een zweem van trots kon ik nauwelijks onderdrukken.
Dat ik hem helemaal niet in de diagnose herkende, hield ik voor me. Ik zag een lekker joch, stukken minder beweeglijk dan zijn broer, meer de denker dan de doener. Maar dik, vet en ongezond? Welnee!
Het zal mijn misplaatste trots zijn geweest waardoor ik de obesitas toch meldde tijdens het kennismakingsgesprek met de kleuterjuf. In de daaropvolgende oudergesprekken dook de term steeds op. De juf leek vooral het label en niet ons kind, over wie je heel veel meer kunt zeggen dan dat hij niet iel is, te zien. De angst voor het klimrek, zijn natuurlijke weerzin tegen rennen: het lag vast aan zijn obesitas.
Aan het labelen van kinderen kleven risico’s, zegt psycholoog en pedagoog Liesbeth Groenhuijsen. Ze schreef het boek Hoogvliegers en pechvogels, een pleidooi tegen de trend om kinderen weg te zetten als potentiële probleemgevallen. En vóór het weer onbevangen naar kinderen kijken.
Tijdens het interview met Groenhuijsen, moest ik aan Jet Isarin denken, de moeder van de zestienjarige David die zelfmoord pleegde. In haar boek Altijd is altijd beschrijft Isarin onder meer de zoektocht naar wat David nu eigenlijk anders maakte.
Ze wilde dat het een naam kreeg, ze wilde de bevestiging autisme. Hoewel David het met die officiële diagnose in het onderwijs wellicht een stuk makkelijker had gehad (hij zou daar misschien de zorg hebben gehad die hij nodig had), vond ik het een eyeopener om te lezen dat zij als ouder heel goed zonder die bevestiging kon. Zij zag Dávid, en kon hem daardoor geven wat hij nodig had.
De juf is onze kleuter gaan zien. Ze leerde hem beter kennen. In plaats van dat vreselijk hippe obesitas ziet ze nu een jongen die eerst de kat uit de boom kijkt voordat hij het vertrouwen heeft dat hij dat klimrek in kan. Misschien heeft hij faalangst, of wacht, da’s natuurlijk ook een label. Nee, hij is zoals zijn moeder. Kom dáár maar eens vanaf.
Rubrieken: Onderwijs, Opvoeding | 5 Reacties »
Het was het jaar van de slappe zakken en verwende prinsesjes
door Mandy | 21 december 2010
In 2010 waren vaders slappe zakken* en moeders verwende prinsesjes*. Vijf dingen die over ouderschap werden gezegd.
1. Uitzonderlijk is de vrouw die tevreden meldt dat haar leven zo rijk gevuld is, met kinderen én baan. Die erkent dat de combinatie geen dubbele belasting, maar dubbele vreugde betekent. Die vertelt dat er niets heerlijkers is dan na een dag vol kouwe drukte te luisteren naar kleutergebabbel of puberpraat. Of die het grootste geheim onthult: het moederschap voorkomt dat je doldraait, het werk dat je zachtjes inslaapt. En als zo’n vrouw al aan het woord komt, dan dient ze tot op de komma verantwoording af te leggen. Elma Drayer, Vrij Nederland, 23 oktober
2. Het gezin en vrijheid sluiten elkaar per definitie uit en dat maakt het soms moeilijk laveren tussen wat je een eigen leven kunt noemen, en het leven als moeder of vader – met frustratie en kritiek als gevolg, doordat beide levens nooit volledig worden geleid. Diegene die dat nu aan den lijve ondervinden zijn de vrouwen die een balans proberen te vinden tussen werk en zorg voor het gezin en die ervoor kiezen, deels, voor hun kinderen te zorgen. Marte Kaan, NRC.NEXT, 18 november
3. Wanneer je allebei fulltime werkt, leidt dat alleen maar tot stress, verwaarlozing, echtscheidingen. En er is nu eenmaal een verschil tussen mannen en vrouwen. De vrouw heeft dat kind gebaard, de vrouw heeft de borsten waarmee ze kan voeden. Een vrouw heeft nu eenmaal een andere relatie met haar kleine kind dan een man. Laten we daar nou simpel over zijn. Ik zeg helemaal niet dat wij vrouwen onze topfuncties moeten laten schieten. Ik ben zelf ook heel ambitieus geweest. Maar neem dan geen kinderen, of zoek een vervangmoeder. Beatrijs Smulders, de Volkskrant, 4 december
4. Ik zeg wel eens gekscherend dat mannen op bakfietsen rijden om er kratjes bier in te vervoeren, niet omdat ze het hip vinden om voor hun kinderen te zorgen. (…) De meeste mannen ontlenen hun status en identiteit aan hun werk. Ze zeggen dat ze een papadag willen, als de baby er straks is. Maar het percentage dat een zorgdag heeft, is nauwelijks gestegen ten opzichte van twintig jaar geleden. Toen was het twee tot vijf procent, nu vijf tot zeven procent. Als puntje bij paaltje komt vinden ze hun werk toch belangrijker dan het zorgen voor hun kind. Astrid Theunissen, Ouders van Nu, juli
5. In de moderne westerse maatschappij wordt vaders veel uit handen genomen. Hij hoeft niet het huis te verdedigen. Dat doet de politie. Hij hoeft ook geen culturele waarden meer door te geven en zijn kinderen te onderwijzen, dat gebeurt op school. Hij hoeft zelfs vaak niet zo veel geld meer te verdienen, want vrouwen verdienen ook prima. Wat overblijft is het steunen en gelukkig maken van de moeder. (…) En met een beetje mazzel voelt ze zich zo goed en heeft ze zo veel energie dat ze nog meer kinderen met je wil. Gerard Janssen, Trouw, 10 juli
* Slappe zakken is het boek van journalist Astrid Theunissen waarin ze schrijft over de hedendaagse man die volgens haar wel seks wil, maar geen kinderen. In Verwende Prinsesjes ageert columnist Elma Drayer tegen de keuze van veel moeders voor een parttime baan om zo een groot aandeel te kunnen hebben in de zorg voor hun kinderen en omdat ze vinden dat de combinatie werk en gezin anders te veel stress oplevert.
Rubrieken: Opvoeding, Ouderschap | Geen reacties »
Ja, kinderen zijn net puppy’s
door Mandy | 6 december 2010
Is de opvoeding een puppycursus? Ik had de vraag nog niet gesteld, of het antwoord viel met een plof op de deurmat. Cabaretière Nilgün Yerli in de decembereditie van j/m:
Alles wat ik heb geleerd op de hondencursus, pas ik toe op mijn kind.
Het is gewoon hetzelfde; puppygedrag.
Een voorbeeld: als een hond een andere hond ziet, gaat hij meestal blaffen. Als je dan hard aan zijn riem trekt, activeer je hem tot agressie.
Bij een kind werkt dat precies zo.
Als je hem elke keer als hij iets fout doet een mep of een standje geeft, moedig je hem aan om het nóg erger te doen.
Ik raad iedereen die een kind krijgt, een puppycursus aan.
Als het zo simpel is: goed plan. Dan kunnen we voorkomen dat kinderen als kaalgeslagen boxertjes in de hoek van hun box liggen. (Ja, dit is een nogal geforceerd bruggetje naar het filmpje.)
Rubrieken: Opvoeding | 2 Reacties »














