Auteursrecht Autisme Baby's Babyboom Basisschool Betutteling Borstvoeding Carl Honoré Columns Consequent zijn David Isarin De jeugd van tegenwoordig Dubbelportret DWDD Goedgenoegmoeder Goldschmeding Grote Opvoedtest Hallo wereld Huilbaby Hyperouders Interviewen IVF Kleuters Kolven Labelkinderen Lui ouderschap Meneer Aart Moederschap Opvoeddebat Pedagogische tik Peuters Pubers Rapley Rouvoet Rouw Scharrelkinderen Sesamstraat Slow parenting Straffen Vaderschap Vrouwen op tv Vruchtbaarheid Werkplek Zeilmeisje Zwangerschapsverlof

Nieuwste berichten

Rubrieken


Mandy's laatste tweets

    Volg Mandy op Twitter

    Blogroll

    « | Home | »

    Column (1)

    door Mandy | 27 juli 2008

    Wie columnist wil worden in een mama-blad in een tijd waarin mama’s worstelen met de combinatie carrière, kroost en quality time, levert geen stukjes in over de avonturen van haar peuter. Ik deed deed het wel en kreeg een afwijzing. Die stukjes plaats ik hier.

    Drol!

    Jan moet zindelijk worden. Dat hebben we besloten. De meeste kinderen worden tussen de 24 en 36 maanden overdag zindelijk. Jan is nu 25 maanden, dus het lijkt ons de hoogste tijd. Eén probleem: na er een eerste showhoop in te hebben gelegd om te laten zien dat hij heus niet de beroerdste is om voor ons het potje in te wijden, gebruikt hij de po voor alles waar het ding niet voor is bedoeld. Jan, gek op hoofddeksels, zet hem op zijn hoofd en paradeert er kraaiend mee door de kamer. De pot is ook erg functioneel als opbergplaats voor boeken en bouwstenen. Dit vraagt om een plan, dus kopen we een boekje. Een boekje om Jan zindelijk te maken. Hij is bijna 26 maanden, dus het zou toch wel eens mogen. Maar Jan heeft maling aan de tien stappen tot zindelijkheid. Hij negeert zijn pot die een prominente plek heeft gekregen tussen zijn speelgoed. Dat hij met al mijn toiletbezoeken meegaat, wuif ik weg. Natuurlijk wil hij met me mee, want peuters zijn als de dood om alleen in de huiskamer achter te moeten blijven. Dat hij tijdens mijn zit tussen mijn benen gluurt en daarna geboeid kijkt hoe ik afveeg, doet nog geen belletje bij ons rinkelen. Dat hij mijn plas en poep uitzwaait als ik doortrek, is het bewijs van zijn gevoel voor humor. Maar eerlijk is eerlijk, er gebeuren meer dingen die we niet in het boekje terugvinden. Zoals zijn dagelijkse spel met zijn speelgoedpaard. ‘Poep, poep, poep’, roept hij als hij vijf minuten met het dier in een hoekje van de kamer heeft gespeeld. ‘Heb je gepoept?’ vraagt Ronald. ‘Nee, die’, zegt Jan, en hij houdt zijn paard in de lucht. We snuiven en horen niet alleen ‘poep, poep, poep’, we rúiken ‘poep, poep, poep’. En dan valt alles op zijn plaats. Zoals Jans recente en tomeloze fascinatie voor zijn eigen piemel en voor die van zijn babybroer. Met als hoogtepunt het ‘ik-ren-voordat-ik-in-bad-ga-twintig-keer-poedelnaakt-over-de-bovenverdieping-want-dan-zie-ik-mijn-piemel-lekker-springenritueel’. Een uiterst vermakelijk schouwspel, dat we vooralsnog afdoen als zijn manier om op de valreep zijn energie kwijt te kunnen. Nee, nee, nee. Jan is bijna 26 maanden en dít is zijn volledig door hem geregisseerde zindelijkheidstraining. Voor we het weten roept hij tijdens een van zijn naaktetappes ‘poep, poep, poep’ en wijst op de w.c. Ik snap het en pak zijn pot. Jan gaat zitten, staat op, zit, en staat weer op. Hij kijkt om, en ziet geen plas, hij kijkt om en ziet geen poep. Hij rent weg en, oh jee, hij plast in zijn kamer op de asfaltwegen van het speelkleed. ‘Oh, oh’, roept Jan, en komt terug naar zijn pot. Nu blijft hij zitten en gebaart mij naast hem op de grote w.c. te gaan zitten. Terwijl hij kletst over de eendjes die al in de badkuip dobberen, hoor ik een knetterende wind. Jan slaakt een zucht van opluchting en een kreet van trots, en schreeuwt ons toe: ‘Drol!’

    Lees ook: Column (2)

    Rubriek: Ontwikkeling, Persoonlijk | Geen reacties »

    Reageer!